In de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw vond in het noordoosten van de Verenigde Staten een omvangrijke opwekking plaats in de protestantse kerken. Deze ging gepaard met een diepe belangstelling voor de profetische gedeelten van de Bijbel. William Miller speelde vanaf ca. 1832 een cruciale rol. Hij was ervan overtuigd geraakt dat de Christus in 1843 of 1844 zou terugkeren naar deze aarde. Een van de groepjes die uit zijn beweging overbleef, nadat de voorspelling jammerlijk faalde, besloot verder te gaan met een grondige studie van de Bijbel. In hun kring waren de grondleggers van het Zevende-dags Adventisme te vinden. De kleine groep groeide en dit leidde in 1863 tot de formele oprichting van de Kerk van de Zevende-dags Adventisten. In 1874 ging de eerste adventistische “zendeling” naar Europa. Nog voor het einde van de negentiende eeuw waren er kleine aantallen adventisten in de meeste Europese landen. In het begin van de twintigste eeuw volgde een snelle uitbreiding naar andere werelddelen.

De eerste Zevende-dags Adventisten in Nederland waren afkomstig uit een kleine groep van Zevende-dags Baptisten in Oost-Groningen. 1887 wordt meestal aangegeven als het jaar waarin de kerk in Nederland ontstond. De kerk groeide langzaam. Na de Tweede Wereldoorlog bedroeg het aantal gedoopte leden ongeveer 1500. Inmiddels is dat meer dan verdrievoudigd.

De kerk in Nederland heeft in de afgelopen jaren steeds meer een multi-etnisch karakter gekregen, nadat er een instroom was van nieuwe leden, vooral vanuit Indonesië, Suriname, de Nederlandse Antillen en Ghana.